Een octrooiaanvrage wordt slechts op formele vereisten getoetst. Ten aanzien van de geconstateerde vormgebreken wordt de aanvrager in kennis gesteld, inclusief een termijn voor het herstellen van de gebreken. Bij het niet tijdig of onjuist herstellen van de gebreken komt de aanvrage te vervallen. Bij de rapportage van het door de overheid uitgevoerde nieuwheidsonderzoek (dat circa 9 maanden na eerste indiening wordt opgeleverd) wordt er een lijst opgeleverd met mogelijk bezwarende literatuur. Tevens wordt er een eerste inhoudelijke opinie opgeleverd. Zowel het nieuwheidsrapport als de inhoudelijke opinie nopen niet tot een verplichte aanpassing van de aanvrage. Ook in het geval van een negatief nieuwheidsrapport en/of een negatieve eerste inhoudelijke opinie kan zonder verdere aanpassing aan de aanvrage het Nederlandse octrooi tot verlening worden gebracht.
Na verlening van het octrooi kan tijdens een eventuele gerechtelijke procedure de geldigheid van een octrooi ter discussie worden gesteld. De rechter kan dan een mening vormen ten aanzien van het al dan niet rechtmatig verleend zijn van een octrooi. In een extreem geval kan de rechter een octrooi (gedeeltelijk) nietig verklaren, afhankelijk van het bewijsmateriaal dat tegen het octrooi wordt ingebracht.